Nieuws — 22 dec 2015

De architectuur van de Amsterdamse School is beroemd in binnen- en buitenland. Dat er ook spectaculaire ontwerpen voor het interieur zijn, is minder bekend. Komend voorjaar toont het Stedelijk voor het eerst een groot overzicht van onder meer meubelen, lampen, klokken van deze belangrijke Amsterdamse stroming. De enscenering in de zalen voert met blow ups van foto’s en ontwerpen terug naar de tijd waarin de ontwerpers rond 1910 zorgden voor een totale omwenteling op vormgevingsgebied. Het overzicht, met meer dan 500 voorwerpen, is het resultaat van jarenlang onderzoek én een oproep, waarop massaal werd gereageerd. Uit de speurtocht die leidde naar meubelen bij particulieren thuis komen vele stukken die deel zullen uitmaken van de tentoonstelling.

De Amsterdamse School

De Amsterdamse School (1910-1930) is wat expressieve en rijke vormen betreft uniek in Nederland. Het betrof niet alleen de bekende architectuur, maar ook ontwerpen voor meubelen, lampen, klokken, keramiek en textiel. De stijl verspreidde zich door alle disciplines, met name ook in de grafische vormgeving, waarin relatief veel vrouwen actief waren, zoals Tine Baanders en Fré Cohen.

Amsterdamse Schoolvormgeving is er in twee varianten: de meer expressieve, met uitbundige vormen, diepe, contrasterende kleuren en sterke contourlijnen, en de strakkere, meer geometrische stijl, beïnvloed door het tijdschrift Wendingen, de spreekbuis van de Amsterdamse School. Niet alleen architecten als Michel de Klerk, beeldhouwers als Hildo Krop en meubelontwerpers als Harry Dreesen en Louis Deen werkten in die stijl, ook bedrijven als Metz & Co lieten zich door de Amsterdamse School inspireren. De verspreiding van de stijl is daardoor veel groter geweest dan men aanvankelijk zou verwachten – niet alleen in heel Nederland, maar zelfs in Nederlands-Indië was de invloed zichtbaar.

De tentoonstelling begint met een inleiding over de architectuur, die zich ontwikkelde tegen de achtergrond van de Eerste Wereldoorlog en de vrouwenemancipatie. Naast de focus op afzonderlijke ontwerpers is er ook aandacht voor de commerciële verspreiding, en de band met horecagelegenheden en het theater, met de entreehal van de Amsterdamse bioscoop Tuschinski als een prachtig voorbeeld. Ook de presentatie van de Amsterdamse School op de Internationale Tentoonstelling in Parijs in 1925 komt aan bod.

Er zullen rond de vijfhonderd objecten te zien zijn van bijna honderd bruikleengevers, met werk van onder meer Louis en Willem Bogtman, Joseph Crouwel, De Nieuwe Honsel, Jaap Gidding, Dick Greiner, Michel de Klerk, Piet Kramer, Hildo Krop, Joan Melchior van der Mey, Gustaaf Adolf Roobol en H.Th. Wijdeveld.  

Hernieuwde waardering

In de jaren 20 was de Amsterdamse School zeer populair, maar na de Tweede Wereldoorlog werd het constructivisme van De Stijl en het functionalisme van het Bauhaus meer gewaardeerd – die stijlen zouden beter bij Nederland passen. Pas in de jaren 70 kwam er weer belangstelling voor de Amsterdamse School, mede door aandacht vanuit Italië en de VS. Het Stedelijk Museum organiseerde de eerste grote museale tentoonstelling in 1975, waarin de architectuur centraal stond. Hiermee leverde het museum een belangrijke bijdrage aan de herwaardering van de stroming.

Vanaf de jaren 90 kwam er op kleine schaal meer interesse in het interieur, mede door restauraties van grote sociale woningbouwprojecten in Amsterdam en gebouwen als Het Scheepvaarthuis en Theater Tuschinski. Ook het postmodernisme was een factor in de herwaardering: expressiviteit en decoratie mochten weer een grotere rol spelen in architectuur en vormgeving. In het werk van hedendaagse architecten als Claus + Kaan en Liesbeth van der Pol, en vormgevers als Aldo Bakker is soms een duidelijke verwantschap te zien met de Amsterdamse School.

Eén zaal van de tentoonstelling zal volledig gewijd zijn aan het zelf ervaren van de Amsterdamse School. Hoe zitten die meubelen? Welke technieken werden gebruikt? En: hoe is het om in de huid van de Amsterdamse Schoolontwerpers en -architecten te kruipen? Ook kunnen bezoekers hier korte video’s bekijken over het maak- en ontwerpproces.

Speurtocht te volgen op Amsterdamse School-blog

In de aanloop naar de tentoonstelling heeft het Stedelijk een speciale blog in het leven geroepen, waarop betrokkenen bij het project verslag doen van hun onderzoek naar de meubelen en andere vormgeving van de Amsterdamse School. De site is groeiende en bevat onder meer achtergrondinformatie over de herontdekte klok van De Klerk die het museum vorig jaar kon aankopen, andere bijzondere vondsten en een filmpje van een verzamelaar in zijn Amsterdamse Schoolinterieur. In de aanloop naar de tentoonstelling zal meer informatie gedeeld worden over het wetenschappelijk onderzoek en over de voorbereidingen voor het boek en de tentoonstelling in 2016. Kijk op: amsterdamseschool.tumblr.com
 
Een eerdere oproep van Ingeborg de Roode op de Tumblr-pagina leidde tot vele enthousiaste meldingen van particulieren die een lamp of ander voorwerp van de Amsterdamse School in huis hebben. Sommige voorwerpen zijn opgenomen in de tentoonstelling. Nu is het Stedelijk nog op zoek naar foto’s van het Amsterdamse Schoolinterieur van de American Lunchroom die in de jaren twintig in de Kalverstraat zat. Wie zulk materiaal heeft, is welkom om contact op te nemen met Ingeborg de Roode via i.deroode@stedelijk.nl.

De speurtocht van conservator Ingeborg de Roode is te volgen via een speciale Tumblr website

De speurtoch van conservator Ingeborg de Roode is te volgen via een speciale Tumbl website:

Onderzoek

Conservator Ingeborg de Roode (Stedelijk Museum) en docent Design en Wooncultuur Marjan Groot (Universiteit Leiden) leidden de afgelopen jaren een groot onderzoek, waarbij voor het eerst de meubelvormgeving van de Amsterdamse School breed geïnventariseerd werd. Beeldmateriaal uit archieven, literatuur en museumbestanden en foto’s van objecten van particuliere verzamelaars, handelaren en veilinghuizen leidde tot een database die momenteel circa 5.000 records telt. Ontwerpen van onder meer Hildo Krop en Willem Bogtman konden voor het eerst bestudeerd worden, en ook kwamen er stukken boven water waarvan de verblijfplaats of überhaupt het bestaan onbekend was. Advertenties uit tijdschriften laten zien dat de stijl zich ook verspreidde via meubelwinkels en galeries, en dat meubelen, klokken en met name glas-in-loodlampen zeer geliefd waren en op grote schaal bewaard zijn. Dit project toont verder aan hoe sterk de Amsterdamse School in vrijwel elke vormgevingsdiscipline vertegenwoordigd was: van sieraden tot glaswerk, affiches en interieurtextiel. Aan die breedte van de stroming is tot nu toe in tentoonstellingen weinig aandacht besteed.

Publicatie

Bij de tentoonstelling verschijnt onder redactie van Ingeborg de Roode en Marjan Groot een uitgebreide, gelijknamige publicatie. De publicatie is gebaseerd op bron- en literatuuronderzoek, en bevat zowel historisch als nieuw beeldmateriaal. Met een analyse van de meubelvormgeving van de Amsterdamse School, een essay over de commerciële receptie, over de internationale context en de hedendaagse invloed, en case studies over Michel de Klerk, glas-in-loodbedrijven, het gebruik van foto’s als bron en restauratie van interieurs.
Uitgevers: Stedelijk Museum i.s.m. uitgeverij Thoth, ca. 300 pp., soft- en hardcover, Nederlandse en Engelse editie.

De tentoonstelling Wonen in de Amsterdamse School. Ontwerpen voor het interieur 1910-1930 en de bijbehorende publicatie worden vormgegeven door KOSSMANN.DEJONG.

Amsterdamse School 100 jaar

De explosie van dadendrang, creativiteit, nieuwe vormen en materiaalvernieuwing begin vorige eeuw culmineerde in 1916 in de opening van het prestigieuze Scheepvaarthuis, het huidige Grand Hotel Amrâth. Toen kreeg de stroming ook zijn naam: de Amsterdamse School.
In 2016 vieren verschillende Amsterdamse culturele instellingen het 100-jarig bestaan van de Amsterdamse School met tentoonstellingen en activiteiten. Er is een website in het leven geroepen die een overzicht geeft van het programma van Amsterdamse School Museum 'Het Schip', ARCAM Architectuurcentrum, Stedelijk Museum Amsterdam, Grand Hotel Amrâth, en Gemeente Amsterdam Monumenten & Archeologie. In februari 2016 wordt het jaar officieel gelanceerd.

De totstandkoming van Wonen in de Amsterdamse School wordt mede mogelijk gemaakt dankzij het VSB Fonds en het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie en additionele steun van het Prins Bernhard Cultuurfonds, de Gravin MAOC van Bijlandt Stichting en het PW Janssen Friesche Fonds.

Het Stedelijk Museum is hoofdsponsor Rabobank Amsterdam zeer erkentelijk voor het mede mogelijk maken van deze tentoonstelling.

Noot voor de redactie:

Voor meer informatie en beeldmateriaal kunt u contact opnemen met Marie-José Raven, Press Office Stedelijk Museum, 020 - 573 26 56 of pressoffice@stedelijk.nl.