Ter ere van het 125-jarig jubileum toont het museum een aantal opvallende werken uit de collectie, die nauw verbonden zijn met de geschiedenis van het museum.

  •   Martial Raysse, ‛Encore un instant de bonheur (sculpture moderne)’, 1965. Onderdeel van een serie werken die ter gelegenheid van het 125-jarige bestaan van het Stedelijk Museum terugkeren op de plek waar ze eerder te zien waren. Foto: Peter Tijhuis
    Martial Raysse, ‛Encore un instant de bonheur (sculpture moderne)’, 1965. Onderdeel van een serie werken die ter gelegenheid van het 125-jarige bestaan van het Stedelijk Museum terugkeren op de plek waar ze eerder te zien waren. Foto: Peter Tijhuis
  • Het Stedelijk kort na de oplevering in 1895. Architect: Abraham Willem Weissman
    Het Stedelijk kort na de oplevering in 1895. Architect: Abraham Willem Weissman
  • Transport van ‘Overhand Knot’ door Shinkichi Tajiri. Onderdeel van een serie werken die ter gelegenheid van het 125-jarige bestaan van het Stedelijk Museum terugkeren op de plek waar ze eerder te zien zijn geweest. Foto: Peter Tijhuis.
    Transport van ‘Overhand Knot’ door Shinkichi Tajiri. Onderdeel van een serie werken die ter gelegenheid van het 125-jarige bestaan van het Stedelijk Museum terugkeren op de plek waar ze eerder te zien zijn geweest. Foto: Peter Tijhuis.
  • Shinkichi Tajiri, ‘Overhand Knot’. Onderdeel van een serie werken die ter gelegenheid van het 125-jarige bestaan van het Stedelijk Museum terugkeren op de plek waar ze eerder te zien zijn geweest. Foto: Peter Tijhuis.
    Shinkichi Tajiri, ‘Overhand Knot’. Onderdeel van een serie werken die ter gelegenheid van het 125-jarige bestaan van het Stedelijk Museum terugkeren op de plek waar ze eerder te zien zijn geweest. Foto: Peter Tijhuis.
  • De ornamenten op hun oorspronkelijke plek in zaal 0.1. Foto: 1924 (Brandweer-tentoonstelling).
    De ornamenten op hun oorspronkelijke plek in zaal 0.1. Foto: 1924 (Brandweer-tentoonstelling).
  • Voormalige architectuurdecoratie van zaal 0.1, met kapiteel- en basement-ornamenten in een koperlegering aan zuilen en pilasters en bruinrood gekleurde wanden, architect: Abraham Willem Weissman, 1895. Foto: 1924 (Brandweer-tentoonstelling).
    Voormalige architectuurdecoratie van zaal 0.1, met kapiteel- en basement-ornamenten in een koperlegering aan zuilen en pilasters en bruinrood gekleurde wanden, architect: Abraham Willem Weissman, 1895. Foto: 1924 (Brandweer-tentoonstelling).
  • De prauw of kano (uramun), geleend van het Tropenmuseum, te zien helemaal links op deze foto, is tijdelijk terug als foto blow up in de IMC-zaal.
    De prauw of kano (uramun), geleend van het Tropenmuseum, te zien helemaal links op deze foto, is tijdelijk terug als foto blow up in de IMC-zaal.

Encore un Instant de Bonheur door Martial Raysse

Encore un Instant de Bonheur (sculpture moderne) uit 1965 van de Franse kunstenaar Martial Raysse stond in de jaren 1960 en 1970 precies op deze plek aan de Paulus Potterstraat. Dit was destijds de publieksingang en het beeld -met zijn opvallende kleuren, hartvorm en lampjes - fungeerde als een uitbundige lichtreclame die de entree van het museum aanduidde. De Nederlandse titel van dit werk is Nog een ogenblik van geluk (moderne sculptuur) en met ‘modern’ bedoelde Raysse dat hij vooral de smetteloze kant van de consumptiemaatschappij liet zien: ‘Ik wilde een nieuwe wereld, steriel en zuiver, één die in de toegepaste technieken naadloos aansloot bij de technische verworvenheden van de nieuwe tijd.’

Martial Raysse maakte deel uit van de Nouveaux Réalistes, een groep Franse kunstenaars, die zich net als de Amerikaanse pop art-kunstenaars, richtten op de uitingen van de moderne samenleving. In 1965 had hij een solotentoonstelling in het Stedelijk Museum. In Stedelijk BASE zijn van Martial Raysse ook het schilderij Peinture à Haute Tension (1965) en het beeld Nebuleuse Prisunic (1959) te zien.

Overhand Knot door Shinkichi Tajiri

Overhand Knot is een beeld van de Japans-Amerikaanse beeldhouwer Shinkichi Tajiri. Als zoon van Japanse ouders groeit Tajiri op in de Verenigde Staten. Na de Tweede Wereldoorlog vertrekt hij naar Parijs om te studeren bij Fernand Léger en Ossip Zadkine. Eind jaren 1950 verhuist hij naar Nederland, samen met kunstenaar Ferdi Jansen. Hij wordt beschouwd als een van de belangrijkste Nederlandse beeldhouwers van zijn tijd. Vanaf de late jaren 1960 maakt Tajiri vele kunstwerken in knoopvorm, soms in brons, en soms -zoals hier- in kunststof. De knoop is voor hem een statement: een heldere, universele vorm die voor iedereen begrijpelijk is. “Put a knot in the middle of the jungle, and everyone knows what it means.” Het beeld stond in de jaren 70 en 80 bovenop de gang die het oude gebouw met de toendertijd nieuwe vleugel verbond. Momenteel is de knoop op precies dezelfde plek te zien in de entreehal van het museum.

Voormalige architectuurdecoratie

De ornamenten in de kist op de foto sierden zo’n honderd jaar geleden zuilen en pilasters in de zaal waar ze nu te zien zijn. De muren waren bruinrood geschilderd. Het Stedelijk bood destijds onderdak aan allerlei verzamelingen, zoals het Medisch-Farmaceutisch Museum en het Multatuli Museum. In de loop der tijd werden deze verzamelingen elders ondergebracht en veranderde het Stedelijk in het museum voor moderne en hedendaagse kunst en vormgeving dat het nu is. Daar hoorde ook een modernisering van het gebouw bij. Alle muren werden in 1938 wit geschilderd. Wanneer de ornamenten en zuilen werden verwijderd, is niet precies bekend, maar ook dit paste bij de overgang naar het moderne museum. De achitect van het historische gebouw van het Stedelijk is Abraham Willem Weissman (1895). 

Blow up van de prauw

In 1956 werd de huidige IMC-zaal ingericht als restaurant en museumbibliotheek. Directeur Sandberg hing er een voorouderprauw of kano (uramun) op, te zien helemaal links op deze foto. De prauw, vervaardigd door de Asmat in Papua, werd geleend van het Tropenmuseum. De boodschap was dat moderne kunst – lees: vrije expressie en abstractie – universeel is. Vanaf midden jaren 1970 staat de white cube (een witgeschilderde expositieruimte die zo min mogelijk afleidt van de kunst) symbool voor een museale praktijk waarbij alle objecten in dienst staan van (westers-)esthetische waardering. In recentere jaren is er meer aandacht voor niet-westerse (moderne) kunst in relatie tot westerse sociaaleconomische machtsstructuren zoals het kolonialisme en de gevolgen daarvan. De prauw ging in 1971 terug naar het Tropenmuseum en werd met de komst van het zelfbedieningsbuffet van 1977 tot 1988 vervangen door een veel kleiner exemplaar.