Pontificaal en meer dan levensgroot beheerst de haan het beeld, terwijl voor de hen achter hem slechts een bescheiden rol is weggelegd. Vanwege zijn felle kleuren en opzichtige vertoon van mannelijkheid steekt hij des te meer af tegen de troosteloze omgeving. ‘De haan’ (1931) staat aan het begin van een nieuwe fase in Kruyder’s werk waarin de sfeer gaandeweg somberder en dreigender wordt. Het coloriet versobert, terwijl dikke verfstreken en het gebruik van paletmes de verfhuid bepalen. Van de paar bomen in de achtergrond zijn de meeste takken afgeknot en is het gebladerte spaarzaam. Rechts bevindt zich een vervallen muurtje, waarvan het puin in de vorm van losliggende stenen reikt tot in de linker benedenhoek. Het donkere blauw van de lucht maakt een eerder benauwende dan stralende indruk. Op deze plek is het leven gedoemd weg te kwijnen. Ondanks zijn zelfverzekerdheid en de aanwezigheid van een vrouwtje, ontbreekt het de haan aan nageslacht. Ook in de thematiek is de desolaatheid waarneembaar in zijn werk.

Vervaardigers

Collectie

Schilderijen

Datum vervaardiging

1931

Bibliotheek

Klik hier om 17 aan dit werk gerelateerde documenttitels te zien

Afmetingen

111 x 125.5 x 4.5cm.

Materiaal en techniek

olieverf op doek

Objectnummer

A 1738

Credits

schenking / Gift of P.A. Regnault, Laren (NH)

Lees informatie over de auteursrechten van dit kunstwerk