Het museum is momenteel gesloten. Wij hopen je snel weer te kunnen ontvangen. Meld je aan voor de nieuwsbrief en blijf op de hoogte!

Onderdeel van de
tentoonstelling

PINBALL WIZARD THE WORK AND LIFE OF JACQUELINE DE JONG

9 feb t/m 18 aug 2019

Longread — 7 feb 2019 — Margriet Schavemaker

There has got to be a twist
A pinball wizard’s
Got such a supple wrist
The Who, Pinball Wizard, 1969

In het kader van de serie Stedelijk Turns organiseert het Stedelijk Museum in samenwerking met Jacqueline de Jong een tentoonstelling waarin de kunstenaar door de collectie van het museum beweegt als een ‘pinball wizard’. Vanuit haar kunstenaarschap en fascinaties, en in combinatie met sleutelwerken uit haar oeuvre, bespeelt De Jong de kunstgeschiedenis. Dit doet zij door middel van eigenzinnige combinaties, een selectie vol bekende meesterwerken en nog nooit eerder getoonde prenten, tekeningen, kunstenaarsboeken, vormgeving en archiefmateriaal. Zo wordt niet alleen een uniek perspectief op de collectie van het Stedelijk Museum geboden, maar krijgt het publiek de kans kennis te maken met De Jongs bijzondere biografie en oeuvre in de context van het netwerk waarin dit is ontstaan.

Van het Stedelijk naar Parijs

Jacqueline de Jong (Enschede, 1939) is een experimenteel beeldend kunstenaar en vormgever die vanaf het begin van de jaren 1960 een veelzijdig oeuvre heeft opgebouwd. Bijzonder is de wijze waarop zij opereerde in de toonaangevende avant-gardekringen binnen en buiten Europa.

Het atelier in het huis van Hans en Alice de Jong (architect Jelle Abma), Hengelo. Archief Jacqueline de Jong.
Het atelier in het huis van Hans en Alice de Jong (architect Jelle Abma), Hengelo. Archief Jacqueline de Jong.

Van de eerste ontmoetingen met kunstenaars als Germaine Richier en Maria Elena Vieira da Silva tijdens haar jeugd, via haar kosmopolitische ouders, die een toonaangevende verzameling van avant-gardekunst hadden, tot deelname aan de Gruppe SPUR en de Situationistische Internationale (S.I.). Zij woonde van eind 1960 tot 1971 in Parijs en was daar actief in een netwerk van kunstenaars en vormgevers, en produceerde diverse affiches, onder meer tijdens de Parijse studentenrevolte in mei ʼ68. In deze periode initieerde en organiseerde ze tevens happenings met onder anderen Jean-Jacques Lebel en andere events en tentoonstellingen. Sinds 1971 woont en werkt De Jong in Nederland en Frankrijk. Tot 1989 was ze betrokken bij de internationale activiteiten van Galerie Brinkman in Amsterdam. 

Als Stedelijk-directeur Willem Sandberg in 1958 De Jong aanstelt als medewerker toegepaste kunst, ontstaat een bijzondere band met het museum. Haar bewondering voor de roemruchte collectie van het museum groeit, en als autodidact in de kunst fungeert diezelfde collectie als een leerschool voor De Jongs eigen werk. In deze periode studeert ze kunstgeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam bij onder anderen Hans Jaffé (tevens onderdirecteur van het Stedelijk), die een intellectuele invloed op haar heeft. Het is eveneens de periode waarin ze Asger Jorn ontmoet en kennismaakt met Guy Debord, de leider van de S.I. 

Debord en andere leden van de S.I., zoals Jorn en Constant, proberen in die jaren bij het Stedelijk een radicale tentoonstelling in vorm van een labyrint te organiseren, waarvoor een deel van de buitenmuren zou moeten worden gesloopt en het publiek door de stad moest wandelen aan de hand van instructies die via walkietalkies werden doorgegeven.

Hans en Alice de Jong, 1969. Foto: Eddy Posthuma de Boer.
Hans en Alice de Jong, 1969. Foto: Eddy Posthuma de Boer.

Sandberg blaast het project op het laatste moment af en maakt een solotentoonstelling van het Italiaanse ex-S.I.-lid Giuseppe (Pinot) Gallizio. De Nederlandse leden worden vanwege het bouwen van een kerk in Volendam uit de S.I. gezet (kerken droegen niet bij aan de revolutie), waarna Debord aan De Jong vraagt de Nederlandse sectie in haar eentje over te nemen. Een half jaar later vertrekt ze naar Parijs. Op aanraden van Sandberg en Jorn gaat ze daar in Atelier 17 van Stanley Hayter etsen, waarnaast zij zich als kunstschilder, beeldhouwer en grafisch vormgever ontplooit.

Willem Sandberg en Jacqueline de Jong in het restaurant van het Stedelijk Museum Amsterdam, 1958. Foto: Bob Alberts.
Willem Sandberg en Jacqueline de Jong in het restaurant van het Stedelijk Museum Amsterdam, 1958. Foto: Bob Alberts.
Jacqueline de Jong in haar atelier aan 97 rue de Charonne, Parijs. Archief Jacqueline de Jong.
Jacqueline de Jong in haar atelier aan 97 rue de Charonne, Parijs. Archief Jacqueline de Jong.
Jacqueline de Jong in het trappenhuis van haar atelier aan 97 rue de Charonne, Parijs. Archief Jacqueline de Jong.
Jacqueline de Jong in het trappenhuis van haar atelier aan 97 rue de Charonne, Parijs. Archief Jacqueline de Jong.

‘I’m proud you call us gangsters’

In 1962 wordt De Jong samen met de ‘Scandinavische sectie’ uit de S.I. gezet. Jorn trekt zich terug en gaat ‘ondergronds’ onder de naam Keller, al blijft hij nog enige jaren als financier betrokken, onder meer voor Debords films. Deze verwijdering is het gevolg van de solidariteit met de eerder uit de S.I. gezette Gruppe SPUR. Dit conflict ontstond door de onenigheid met de leden Debord, Raoul Vaneigem en Attila Kotányi, die het produceren van kunst en de verkoop hiervan niet meer steunden. 

In mei 1962 begint De Jong haar eerder aangekondigde Engelstalige tijdschrift The Situationist Times, samen met de patafysicus Noël Arnaud. Als hij na de tweede publicatie stopt, is De Jong geheel verantwoordelijk als redacteur en uitgever, en brengt zelfstandig nog vier nummers uit. Het archief van het tijdschrift wordt in 2012 verworven door Beinecke Rare Book & Manuscript Library van Yale University. 

  • ‘The Situationist Times’ nr. 1, mei 1962.
    ‘The Situationist Times’ nr. 1, mei 1962.
  • ‘The Situationist Times’ nr. 2, september 1962.
    ‘The Situationist Times’ nr. 2, september 1962.
  • ‘The Situationist Times’ nr. 3, januari 1963.
    ‘The Situationist Times’ nr. 3, januari 1963.
  • ‘The Situationist Times’ nr. 4, oktober 1963.
    ‘The Situationist Times’ nr. 4, oktober 1963.
  • ‘The Situationist Times’ nr. 5, december 1964.
    ‘The Situationist Times’ nr. 5, december 1964.
  • ‘The Situationist Times’ nr. 6, december 1967.
    ‘The Situationist Times’ nr. 6, december 1967.

In het handgeschreven artikel van #1 ‘Critic on the Political Practice of Détournement’ maakt De Jong een duidelijk statement betreffende het schisma en de verwijten die Debord en consorten aan het adres van de geroyeerde S.I.-leden maakten. ‘I’m proud you call us gangsters’, zo stelt De Jong, ‘nevertheless you are wrong. We are worse, we are Situationists.’ 

In contrast met het theoretische en tekst-georiënteerde tijdschrift Internationale Situationniste van Debord c.s. is The Situationist Times multidisciplinair, speels, vol fotografische en getekende beelden, gewijd aan verschillende thema’s zoals de knoop, de ring en het labyrint. Deze ‘topologieën’ zijn een alternatieve vorm van kennis: een non-euclidisch systeem dat zich beweegt in het veld van paradoxen, misverstanden en contradicties. Voor de hedendaagse toeschouwer zijn de enorme ‘vergelijkende’ beelddatabanken, waarvoor de Jong soms maandenlang onderzoek deed, tevens een fascinerende voorbode van het internet. 

Flipperonderzoek

Hoewel het laatste nummer van The Situationist Times uitkomt in 1967, werkt De Jong vanaf 1971 samen met Hans Brinkman door aan een editie over de topologie van de flipperkast en het spel. Dit resulteert in een bijzonder archief met documentatie over de wereldwijde populariteit van het flipperen. Denk bijvoorbeeld aan de recensies en foto’s van het wereldkampioenschap flipperen dat in 1972 plaatsvond op het Museumplein in Amsterdam. In 2016 is dit archief teruggevonden, en het zal in de context van deze tentoonstelling voor het eerst aan het Nederlands publiek worden getoond. 

Jacqueline de Jong in haar atelier met flipperkast. Archief Jacqueline de Jong. Foto: Nico Koster/Maria Austria Instituut.
Jacqueline de Jong in haar atelier met flipperkast. Archief Jacqueline de Jong. Foto: Nico Koster/Maria Austria Instituut.

Parallel aan deze ‘artistic research’ ontwikkelt De Jong een divers oeuvre waarin moeiteloos wordt geschakeld tussen diverse vormentalen: van expressionistische schilderkunst tot nieuwe figuratie en pop. Ook de schaal varieert: van kleine dubbelluikjes en met de hand geschreven dagboeken, tot monumentale doeken waarin een absurde, vaak gewelddadige en erotische wereld regeert. De Jong werkt veelvuldig in series en een constante factor in haar oeuvre is de aandacht voor het narratief, waarbij de thema’s uiteenlopen van geweld en erotiek tot ruimtereizen en gastronomie; van gesprekken met iconen uit de kunstgeschiedenis en de literatuur tot de aardappels die ze in haar tuin in Frankrijk teelt. 

  •  Jacqueline de Jong, Le vent s’envolle’, 1961. Collectie Ambassade Hotel. Courtesy de kunstenaar.
    Jacqueline de Jong, ‘Le vent s’envolle’, 1961. Collectie Ambassade Hotel. Courtesy de kunstenaar.
  • Jacqueline de Jong, Ceux qui vont en bateau’, 1987. Collectie van de kunstenaar. Courtesy Dürst Britt & Mayhew, Den Haag (NL) / Château Shatto, Los Angeles (US).
    Jacqueline de Jong, ‘Ceux qui vont en bateau’, 1987. Collectie van de kunstenaar. Courtesy Dürst Britt & Mayhew, Den Haag (NL) / Château Shatto, Los Angeles (US).
  • Jacqueline de Jong, ‘War 1914-1918’, 2013. Collectie van de kunstenaar. Courtesy Dürst Britt & Mayhew, Den Haag (NL) / Château Shatto, Los Angeles (US).
    Jacqueline de Jong, ‘War 1914-1918’, 2013. Collectie van de kunstenaar. Courtesy Dürst Britt & Mayhew, Den Haag (NL) / Château Shatto, Los Angeles (US).

In dertien zalen krijgen bezoekers van de tentoonstelling een beeld van zowel de historische ontwikkeling van het oeuvre van De Jong, als de meer transhistorische fascinaties en thema’s die telkens terugkeren in haar werk. Daarbij bevat iedere ruimte een mix van werken van De Jong en werken uit de Stedelijk-collectie. Ook wordt nog niet eerder getoond archiefmateriaal van De Jong en de Stedelijk-collectie gepresenteerd.

De tentoonstelling is samengesteld door Margriet Schavemaker (curator en Manager Educatie, Interpretatie en Publicaties Stedelijk Museum), in samenwerking met Jacqueline de Jong.

Over de auteur

Margriet Schavemaker (Nederland, 1971) is manager Educatie, Interpretatie en Publicaties voor het Stedelijk Museum Amsterdam en hoogleraar Media en Kunst in de Museale Praktijk aan de Universiteit van Amsterdam (een leerstoel in samenwerking met het Stedelijk Museum). Schavemaker schrijft over hedendaagse kunst en theorie en organiseert toonaangevende publieksprogramma’s zoals de lezingenreeksen Right about Now: Art and Theory since the 1990s (2006-2007), Now is the Time: Art and Theory in the 21st Century (2008-2009) en Facing Forward: Art and Theory from a Future Perspective (2011-2012). Als curator stelde zij diverse tentoonstellingen samen, waaronder Het Stedelijk in de oorlog (2015), ZERO: Let Us Explore the Stars (2015), Jean Tinguely: Machinespektakel (2016) en de permanente collectiepresentatie Stedelijk BASE (2017-2022, samen met Beatrix Ruf, AMO/Rem Koolhaas en Federico Martelli).

De tentoonstelling Jacqueline de Jong – Pinball Wizard is mede tot stand gekomen dankzij de steun van het Mondriaan Fonds, dat middels het experimenteerreglement bijdroeg aan het honorarium van de kunstenaar.