Theorie — 30 jun 2018

Prijs
€ 50,- (incl. entreeticket, lunch en syllabus)
Locatie
Stedelijk Museum Amsterdam, Studio A
Tijd
30 jun 2018, 11.00 tot 16.00
Taal
Engels

"Wij zijn de wettige erfgenamen van de wereldcultuur, en we bevorderen deze cultuur op onze eigen manier." Met deze zin kondigde een groep Indonesische schrijvers, onder leiding van Asrul Sani, de Geloofsbrief van Gelanggang (Surat Kepercayaan Gelanggang) aan. Dit manifest verscheen op 18 februari 1950 in de culturele bijlage Gelanggang ("Arena") van het populaire tijdschrift Siatat (Strategie). De Geloofsbrief beschrijft de overtuiging en het belang waarmee Indonesische schrijvers en kunstenaars kijken naar hun rol binnen de ontwikkeling van een 'wereldcultuur', kort nadat de Verenigde Naties in december 1949 de Republiek der Verenigde Staten van Indonesië (Republik Indonesia Serikat, RIS) erkenden. Deze erkenning markeert het einde van de Indonesische Nationale Revolutie (of Indonesische Onafhankelijkheidsstrijd) die werd gevoerd tegen het Nederlandse koloniale gezag: van de Onafhankelijkheidsverklaring op 17 augustus 1945 tot en met 27 december 1949, toen Nederland officieel de soevereiniteit overdroeg aan de Republiek Indonesië.

CONTEXT

De Surat Kepercayaan (Geloofsbrief) uit 1950 zal als leidraad fungeren tijdens deze eendaagse zomerschool over cultuur, geschiedenis en historiografie in de Indonesische kunst. De cursus zal een introductie vormen op de Indonesische kunst, vanaf de oprichting van PERSAGI tot de Nieuwe Kunstbeweging Indonesië. PERSAGI (Persatuan Ahli-Ahli Gambar Indonesia), de vereniging voor Indonesische schilders (of eigenlijk tekenaars) werd gesticht in 1938 door Sindudarsono Sudjojono en Agus Djaya. De Nieuwe Kunstbeweging Indonesië (Gerakan Seni Rupa Baru Indonesia) begon in het midden van de jaren 1970. De cursus zal zich niet beperken tot een specifieke geschiedenis van de Indonesische moderne kunst, maar behandelt een reeks van verschillende geschiedenissen, methodologieën en vooral historiografieën. Aan de hand hiervan worden de Indonesische kunstdiscoursen en -praktijken geïntroduceerd. Er zal specifieke aandacht zijn voor de relatie met wereldkunst en wereldcultuur, en daarnaast ook voor een Indonesische kunstgeschiedenis en geschiedschrijving van de Indonesische kunst.

Een aspect dat benadrukt zal worden is de relatie tussen kunst, cultuur en geloof. Binnen de moderne kunst en het veld van de moderne kunstgeschiedenis ligt de focus vaak op de sociale en politieke geschiedenis van kunst in relatie tot cultuur. We spreken dus over moderne Indonesische kunst in relatie tot de moderne Indonesische natiestaat en de stichting van de Republiek Indonesië. Van de Javaanse schilder Raden Saleh (1811-1881) die Java verruilde voor Europa om schilderkunst te studeren tot de schilder Sindudarsono Sudjojono (1913-1986) die het koloniale kunstsysteem bekritiseerde en pleitte voor een Indonesische moderne kunst voor Indonesië in de 20e eeuw: Indonesische kunst is onlosmakelijk verbonden met de Indonesische natie.

Agoes Djaya, Nieuwjaargroet van Agoes en Otto Djaya aan Sandberg vanuit Parijs, 1947. Collectie Stedelijk Museum Amsterdam.
Agoes Djaya, Nieuwjaargroet van Agoes en Otto Djaya aan Sandberg vanuit Parijs, 1947. Collectie Stedelijk Museum Amsterdam.

Deze zomerschool heeft als doel om de kennis en het begrip Indonesische kunst te verdiepen door middel van een syllabus, een reeks presentaties en discussies over het thema "Cultuur, Geschiedenis en Historiografie in de Indonesische Kunst". We kijken ernaar uit u te verwelkomen en met ons te zoeken naar een beter begrip van Indonesische kunst.

MEER OVER DE SPREKERS/CURSUSLEIDERS

Aminudin TH Siregar is docent Indonesische Kunstgeschiedenis en kunstcriticus aan de faculteit voor Kunst en Design van het Institut Teknologi Bandung (ITB), Indonesië. Siregar voltooide zijn BA Grafische Kunst en zijn MA met een scriptie getiteld Discursive Analysis of Modern Indonesian Art (2006) aan het ITB. Sinds 1999 werkt hij als curator en kunstcriticus. Zijn eerste boek Blup Art! werd gepubliceerd in 1999. Hierna verschenen van zijn hand: New Art - After Non-Representational Painting in Bandung (2004) en Sang Ahli Gambar: Sketsa, Gambar & Pemikiran S. Sudjojono (2010). Hij was redacteur van Modern Oblique: Mysticism, Shamanism in Indonesian Contemporary Art (2005) en Indonesian Modern Art: An Essay Compilation (2006). Siregar ontving subsidie van het Asian Cultural Council in New York (2002) en deed onderzoek naar Indonesische kunst ten tijde van de Japanse bezetting (Keimin Bunka Shidosho) in het Fukuoka Asian Art Museum (FAAM, 2008), Japan. Siregar promoveert momenteel aan de Universiteit Leiden, in Area Studies.

Thomas Berghuis is kunsthistoricus en curator, momenteel verbonden aan de Universiteit van Amsterdam als parttime docent. Berghuis behaalde zijn Masterdiploma China Studies aan de Universiteit Leiden (1999), een tweede Masterdiploma aan het (voormalige) CNWS, Onderzoeksschool voor Aziatische, Afrikaanse en Amerindische Studies, Leiden (2001) en promoveerde in 2006 op hedendaagse Chinese beeldende kunst aan de Universiteit van Sydney. Voordat Berghuis in Nederland werkzaam was, gaf hij colleges in Aziatische Kunstgeschiedenis aan de Universiteit van Sydney (2008-2013), was hij de curator Chinese kunst van het Guggenheim Museum in New York (2013-2015) en was hij museumdirecteur van het eerste internationale kunstmuseum van Indonesië, MACAN, in Jakarta (2015-2016). Berghuis’ onderzoek focust zich op kunst in China en Indonesië. Hij publiceerde in toonaangevende academische periodieken, waaronder positions east asia cultures critique; Third Text; The Journal of Visual Art Practice; en Theory, Culture & Society. Thomas Berghuis is als Principal Fellow (Honorary) verbonden aan de Universiteit van Melbourne.