Het museum is open en veilig te bezoeken. Denk je aan je tijdslot, coronatoegangsbewijs en mondkapje?

Nieuws — 19 jul 2021

Kunstenaar Armand Baag (1941-2001) werd door de pers warm onthaald als een van de sterren in de tentoonstelling Surinaamse School. Het Stedelijk Museum Amsterdam sluit de succesvolle tentoonstelling af met een genereuze schenking van de familie Baag. Het werk Dede Oso (1994) van Baag wordt aan de collectie toegevoegd. Dankzij deze schenking bezit het Stedelijk nu drie werken van de kunstenaar.

Armand Baag, Dede Oso, 1994, pastel op board. Foto Gert Jan van Rooij
Armand Baag, Dede Oso, 1994, pastel op board. Foto Gert Jan van Rooij

Het werk Dede Oso toont vier volwassen figuren gekleed in het wit: de kleur van de rouw. De gebeurtenis is een van de Surinaamse doodsrituelen van de dede oso (letterlijk: dodenwaken). Dit onderdeel stelt mogelijk het moment voor waarop anderen verhalen of anekdotes over de overledene vertellen. Andere belangrijke onderdelen na het overlijden zijn bijvoorbeeld het dansen met de kist en de rouwstoet. Dit werk van Baag laat zien hoe vooroudervereringstradities uit West-Afrika via de diaspora verder werden doorontwikkeld in het Caribisch gebied.

Rein Wolfs, directeur Stedelijk Museum Amsterdam: “Geweldig, dat we met deze schenking het succes van de tentoonstelling Surinaamse School kunnen vieren! Het werk van Baag is ontzettend gevarieerd, viert de Surinaamse cultuur in al haar facetten en vertegenwoordigt een belangrijke artistieke ontwikkeling in Amsterdam. Het Stedelijk bezit al twee werken van Baag ‘De Stoffenhandelaar’ (1976) en ‘Rasta Morning’ (1980). Dankzij de toevoeging van ‘Dede Oso’ aan de collectie kunnen we in de toekomst verschillende periodes van de kunstenaar naast elkaar tonen en een bredere blik op de kunstgeschiedenis presenteren. We bedanken de familie Baag voor hun vrijgevigheid en vertrouwen.

Surina Baag, kunstenaar en dochter van Armand Baag: “De familie van Armand Baag was heel blij om te zien hoe zijn schilderijen zo prominent in het Stedelijk hingen, 20 jaar na zijn overlijden. We zijn dankbaar hoe deze prachtige expositie over Surinaamse kunst heeft bijgedragen aan hoe zijn werk nu opnieuw wordt gewaardeerd, een breed publiek bereikt en een nieuwe generatie weet te inspireren. Vandaar dat we graag een werk willen schenken om dat belangrijke moment voor ons te markeren. De keuze van mijn broer Sura en mij viel op ‘Dede Oso’, een prachtig werk van onze vader uit zijn serie over de dood en rouwrituelen. De voorstelling is ook zeer kenmerkend voor de Surinaamse cultuur en roept veel herkenning op bij Surinamers. Daarom lijkt het ons mooi om met deze schenking te vieren dat de ‘Surinaamse School’, onder meer door het werk van onze vader, zo’n succes is geweest."

OVER ARMAND BAAG

Armand Baag (Paramaribo 1941 - Amsterdam 2001) is geboren in Paramaribo. Vanaf 1955 volgt hij tekenlessen aan het Cultureel Centrum Suriname (CCS) in Paramaribo. In 1961 arriveert hij in Nederland en studeert hij aan de kunstacademie in Tilburg. Daarna vervolgt hij zijn opleiding aan de Rijksakademie in Amsterdam. Met zijn toenmalige vrouw, balletdanseres Willy Collewijn, vormt hij een dansduo. Baag blijft schilderen tijdens hun tours en vestigt uiteindelijk definitief vanaf 1968 in Amsterdam. Hij exposeert en is bevriend met andere Surinaamse kunstenaars, waaronder Erwin de Vries en Quintus Jan Telting. In 1970 richten Baag en Collewijn Stichting Maysa op, een culturele broedplaats in de Amsterdamse Jordaan. Ook is hij in 1971 betrokken bij de oprichting van de Galerie Srefidensi (‘onafhankelijkheid’) in Amsterdam. De galerie richt zich op de presentatie van Caribische kunstenaars, die nauwelijks de mogelijkheid hebben om hun werk aan het Nederlandse publiek te tonen.