Nieuws — 21 jun 2012

Een van de meest geliefde werken uit de collectie van het Stedelijk Museum, The Beanery van Edward Kienholz uit 1965, wordt na diep-gaand onderzoek voor het eerst ingrijpend gerestaureerd in de ateliers van het Stedelijk. Door de materialen die de kunstenaar gebruikte – hij overgoot de hele installatie met vloeibare kunsthars – is het een complexe operatie. In voorbereiding op de heropening prepareert en restaureert het Stedelijk op dit moment alle publiekslievelingen, zodat bezoekers hun favo-rieten vanaf 23 september 2012 weer terug kunnen zien.


The Beanery was na de verwerving in 1970 direct een geliefd kunstwerk en stond in principe altijd op zaal of was als bruikleen elders te zien. Door de jaren heen zijn er wel kleine onderdelen aan gerestaureerd, maar nooit eerder is integraal materiaal- en technisch onderzoek uitgevoerd. Door de permanente opstelling was er geen gelegenheid om het werk integraal te onderzoeken en te behandelen, bovendien beschikte het museum niet over restauratieateliers die groot genoeg waren voor dit formaat werken (de afmeting van The Beanery is 6,7 bij 1,9 bij 2,53 meter). Dankzij de periode van sluiting en de bouw van het nieuwe depot is dit nu toch mogelijk. De staat van het werk is de afgelopen maanden systematisch in kaart gebracht, en de materia-len en technieken zijn voor het eerst uitvoerig beschreven. De restauratie loopt tot eind juli, waarna het werk op zaal geïnstalleerd zal worden als onderdeel van de nieuwe permanente presentatie van de collectie beeldende kunst.


Over het werk Edward Kienholz (1927-1994) maakte The Beanery in 1965, naar zijn stamcafé The Original Beanery aan de Santa Monica Boulevard in Los Angeles. Kienholz kopieerde het in zes maanden tijd en comprimeerde het tot een kunstwerk. Alles in het café is levens-echt: van de figuren – gemodelleerd naar bekenden van de kunstenaar – tot de bar, flessen drank, asbakken, kassa, telefoonboek, jukebox en de foto’s aan de muur van de oorspronkelijke Beanery. Opvallend is dat alle cafégasten een klok hebben in plaats van een hoofd. Hiermee verwijst Kienholz naar zijn fascinatie voor tijd; de wijzers (als wenk-brauwen) staan in alle klokken op tien over tien – de tijd staat duidelijk stil. Alleen de barkeeper, gemodelleerd naar Barney, de toenmalige eigenaar van het café, heeft een gezicht. De ruimte ruikt en klinkt als een café en is, doordat bezoekers er ook zelf in kunnen, een indringende totaalervaring.


Het kunstwerk is ook een soort tijdscapsule; het bordje ‘fagots stay out’ maakt duidelijk hoe intolerant de maatschappij destijds was. In 1964 stonden de Verenigde Staten aan de vooravond van de Vietnamoorlog, waarnaar verwezen wordt in de krant in een kranten-automaat bij de ingang van het kunstwerk. Deze krant was de directe aanleiding voor Kienholz om het werk te maken. De kunstenaar had al in 1958 het plan om zijn eigen versie van The Beanery te maken, maar begon op 28 augustus 1964, toen hij in de bar de krantenkop Children Kill Children in Vietnam Riots las.


Het harde contrast tussen de ‘echte tijd’, gesymboliseerd door de krant, en de 'surrealistische tijd' van de mensen aan de bar, zette Kienholz aan het werk. De krant benadrukt dat de tijd – net als de klokken – stil is blijven staan op die ene dag. Daarnaast heeft de kunstenaar het werk overgoten met een kunststofgiethars, waardoor het een vergankelijke, doodse uitstraling krijgt, versterkt door de bruine kleuren in het café, die het idee oproepen van ouderdom en verval.


Materiaalgebruik en restauratie De restauratie van The Beanery is op vele fronten een uitdaging, zowel wat betreft de conservering als de restauratie van het werk. Zo zijn in het kunstwerk authentieke geluids-opnames uit The Original Beanery te horen, met muziek, glasgerinkel en stemmen van de gasten. Hiervoor heeft Kienholz bij het kunst-werk een geluidsband met een cassette-recorder geleverd. Beide waren sterk verouderd en bijzonder gevoelig voor slijtage. Daarom is in het verleden besloten gebruik te maken van een CD met digitale geluids-kwaliteit. De oorspronkelijke geluidsband is zorgvuldig geconserveerd en wordt in het depot bewaard als archiefmateriaal.
De typische cafégeur in het werk is kenmerkend voor de werkwijze van Kienholz. De kunstenaar schreef hier speciaal een recept voor: de geur moet worden samengesteld uit bier, ranzig vet, urine, mottenballen en as van sigaretten. De geurpasta wordt door de afdeling restauratie van het Stedelijk Museum steeds opnieuw gemaakt. Door de restauratoren wordt thuis spek gebakken om ranzig vet te verkrijgen, en om as te verzamelen werden voorheen de asbakken in het museumcafé geleegd. In het verleden voldeed niet alles aan de hygiënische eisen: in plaats van urine wordt tegenwoordig ammonia gebruikt, en het geurmengsel wordt niet meer verspreid via de caféventilator maar bevindt zich nu in een open glazen pot achter de bar van The Beanery.


Maar het grootste probleem bij het restaureren van The Beanery is de laag synthetische hars die Kienholz aanbracht op het werk. Hij deed dit om alle losse onderdelen visueel te verbinden tot één geheel en een soort verstilde, doodse uitstraling te creëren. Deze laag is met de jaren ernstig vergeeld en altijd plakkerig gebleven, waardoor het veel stof en vuil aantrekt. De harslaag heeft materialen als textiel en papier doorweekt, die daardoor versneld degraderen. De hars en de natuurlijke veroudering van de materialen maken de objecten in The Beanery erg kwetsbaar. Daarnaast heeft het kunstwerk ook te lijden onder schade toegebracht door publiek, dat erdoorheen kan lopen.


Het project om The Beanery te conserveren en restaureren wordt geleid door Sandra Weerdenburg (hoofd Restauraties Stedelijk Museum Amsterdam). De restauratie wordt gecoördineerd en uitgevoerd door Anna Laganà (restaurator en onderzoeker van moderne materialen).


Tijdens de eerste fase van het project zijn de materialen en technieken beschreven en onderzocht, is er een conditierapportage van het werk gemaakt, en zijn passende conserveringsmaterialen en -methoden in kaart gebracht. Dit alles in relatie tot de oorspronkelijke bedoeling van de kunstenaar en de betekenis van het werk.
Nu die eerste fase succesvol is afgerond, kan de restauratie beginnen. Deze zal de komende maanden in beslag nemen, waarna The Beanery deze zomer op zaal wordt geïnstalleerd, als onderdeel van de permanente opstelling beeldende kunst in het historische gebouw.


Noot voor de redactie
Voor meer informatie: Press Office Stedelijk Museum, Annematt Ruseler, tel. 020 – 573 26 60, pressoffice@stedelijk.nl