Nieuws — 22 jul 2021

Het Stedelijk Museum Amsterdam maakt met trots bekend werk aan te kopen van vier kunstenaars uit de tentoonstelling Surinaamse School. De aankopen verrijken de collectie met andere perspectieven en geven een bredere kijk geven op de canonieke kunstgeschiedenis. De werken van Ron Flu, Soeki Irodikromo, Rihana Jamaludin en Quintus Jan Telting schitterden op de belangwekkende tentoonstelling over Surinaamse schilderkunst. Later dit jaar wordt nog een tweede reeks aankopen van werken uit Surinaamse School bekendgemaakt.

Rein Wolfs, directeur Stedelijk Museum Amsterdam: ‘Suriname en Nederland delen een eeuwenlange geschiedenis, die ook z’n sporen in de kunst heeft achtergelaten. Veel Surinaamse kunstenaars trokken vanuit de diaspora permanent of tijdelijk naar Nederland. Toch zijn deze verhalen nauwelijks terug te vinden in de collectie van het Stedelijk, terwijl sommige kunstenaars letterlijk om de hoek woonden. Met de tentoonstelling ‘Surinaamse School’ reageerde het publiek enthousiast om deze geschiedenis sterker te ontsluiten. We zetten met deze aankopen de volgende stap om in de collectie permanent deze narratieven te borgen, zodat we ook in de toekomst een completer beeld van de kunstgeschiedenis kunnen tonen.

De volgende werken zijn aangekocht:

Soeki Irodikromo, zonder titel, 1971, olieverf op doek.

De Surinaams-Javaanse kunstenaar Soeki Irodikromo (1945-2020) verbeeldt thema’s en vormen uit de Javaanse traditie in krachtige, expressieve schilderijen, batikdoeken en keramische sculpturen. Irodikromo studeerde zowel in Paramaribo als in Rotterdam. Hij bestudeert in Nederland met name het werk van Cobra-kunstenaars als Karel Appel vanwege de vrije uitdrukkingswijze en het vormenexperiment. Irodikromo is uitgegroeid tot een van de bekendste Surinaamse kunstenaars die na de oorlog tot bloei kwam en behoort met zijn werk tot de generatie Surinaamse expressionisten die zich verhouden tot een internationaal modernisme. Net als veel van zijn andere schilderijen heeft Zonder titel (1971) een sterke symbolische lading. Het schilderij presenteert Irodikromo het karakter Bhima, een van de vijf Pandava-broers die in het Indiase Mahabharata-verhaal strijden tegen de Kaurava om het koninkrijk.  

Soeki Irodikromo, zonder titel, 1971, olieverf op doek.
Soeki Irodikromo, zonder titel, 1971, olieverf op doek.

Quintus Jan Telting, Opus #1481, 1985, olieverf op doek.

Quintus Jan Teltings (1931-2003) omvangrijke oeuvre, dat een periode van veertig jaar beslaat, wordt gekenmerkt door een sterk engagement met de Zwarte emancipatiebeweging en de strijd voor universele menselijke waardigheid. Sinds eind jaren ‘60 woonde en werkte de kunstenaar in Amsterdam, en thematiseerde op geheel eigen wijze sociaal-politieke ontwikkelingen in zijn werk. Telting werkte in zeer uiteenlopende stijlen; van realistisch tot uiterst expressionistisch en abstract. In de jaren ’80 krijgen Teltings schilderijen een meer grafisch en abstract karakter, waarvan het aangekochte werk Opus #1481 een voorbeeld is. Teltings schilderijen zijn nauwelijks door Nederlandse culturele instellingen verzameld maar genieten daarentegen grote belangstelling onder Caribische kunstenaars alsook onder particuliere verzamelaars.

Quintus Jan Telting, Opus #1481, 1985, olieverf op doek.
Quintus Jan Telting, Opus #1481, 1985, olieverf op doek.

Ron Flu, Bidvrouwtjes in de Palmentuin, 1964, olieverf op doek. 

Ron Flu (1934) groeide in de afgelopen decennia uit tot een van de bekendste Surinaamse kunstenaars. Zijn oeuvre bestaat uit zeer uiteenlopende artistieke stijlen waarin zowel ruimte is voor uiterst gestileerde beelden als voor droomachtige taferelen en haast cartooneske afbeeldingen. Een groot deel van Flu’s schilderkunstig oeuvre laat zien dat hij een scherp oog heeft voor sociaal onrecht, zowel in Suriname als daarbuiten, en thematiseert hij onderwerpen als sekswerk, armoede en politieke gebeurtenissen. Ook schildert hij dagelijkse taferelen zoals te zien is op zijn vroege werk Bidvrouwtjes in de Palmentuin (1964) in de kubistische stijl. Het werk verbeeldt een moment in de Afro-Surinaamse rituelen rondom de dood in de beroemde Palmentuin in Paramaribo. Hij schildert dit werk in Suriname nadat hij is teruggekeerd van een studie bouwkunde in Amsterdam.

Ron Flu, Bidvrouwtjes in de Palmentuin, 1964, olieverf op doek.
Ron Flu, Bidvrouwtjes in de Palmentuin, 1964, olieverf op doek.

Rihanna Jamaludin, De storm nadert (1989) (links te zien) en Dansen in de storm (1989) uit: de Storm serie, linosnede, olieblockprint zwart.

Rihana Jamaludin (1959) verhuist in de jaren ’80 naar Nederland en volgt daar enige tijd aan de Rietveld Academie een studie. Jamaludin experimenteert hoofdzakelijk met grafische technieken, zoals linosneden, die ze vaak in thematische series ontwikkelt en waarvan Dansen in de storm (1989) en De storm nadert (1989) belangrijke voorbeelden zijn. In de Storm serie reflecteert ze op poëtische wijze op haar relatie met het nieuwe thuisland Nederland door de verbeelding van (geabstraheerde) figuren die zich middenin een storm bevinden. Jamaludin is opgegroeid met de zachte, tropische passaat en moest dan ook wennen aan de harde Nederlandse wind die gaandeweg ook vreugde gaf – en acceptatie van haar nieuwe omgeving. De werken kunnen worden opgevat als uiting van een persoonlijke strijd om je ergens opnieuw thuis te voelen. Hiermee verhouden de werken zich in het algemeen tot de geschiedenis van de Surinaamse diaspora in Nederland, refereren ze aan thema’s als identiteit en belonging.

Rihanna Jamaludin, De storm nadert (1989) uit: de Storm serie, linosnede, olieblockprint zwart.

OVER SURINAAMSE SCHOOL

De aangekochte werken werden eerder gepresenteerd in de succesvolle tentoonstelling Surinaamse School in het Stedelijk. De tentoonstelling was een viering van Surinaamse schilderkunst in al haar verscheidenheid en diepgang. Met meer dan 100 kunstwerken van 35 kunstenaars nam de tentoonstelling je mee langs de schilderkunst van ca. 1910 tot midden jaren 1980 en de verhalen die eraan ten grondslag liggen. Zowel in de media als bij bezoekers werd de tentoonstelling zeer enthousiast ontvangen. Eerder bracht het Stedelijk het positieve nieuws naar buiten dat de familie Baag een van de tentoongestelde werken Dede Oso (1974) van Armand Baag schenkt aan het museum.

De tentoonstelling Surinaamse School werd mede tot stand gekomen dankzij de genereuze bijdrage van het Straver Fonds en Van der Vossen-Delbrück Fonds via het Prins Bernhard Cultuurfonds