Het museum is momenteel gesloten. Wij hopen je snel weer te kunnen ontvangen. Meld je aan voor de nieuwsbrief en blijf op de hoogte!

Onderdeel van de
tentoonstelling

Amsterdam magisch centrum Kunst en tegencultuur 1967–1970

7 jul 2018 t/m 6 jan 2019

Longread — 3 jul 2018 — Eric Duivenvoorden

In de jaren zestig liggen op het stadhuis plannen klaar om Amsterdam te transformeren tot een moderne metropool met alle ruimte voor kantoren en auto’s. Een wijdvertakt metronetwerk moet het zakelijke centrum van de stad ontsluiten voor bewoners uit de nieuwbouwwijken. Maar eind jaren zestig komen Amsterdammers van verschillende kanten in opstand tegen deze blauwdrukken.

Amsterdam in verval

Het gemeentebeleid is in de jaren 60 gericht op cityvorming: het bevorderen van het zakenleven ten koste van de woonfunctie van de binnenstad. In de nieuwe city staan woningen steeds vaker in de weg. Het huizenbestand in de binnenstad heeft hier flink onder te lijden: grote delen van de oude stad liggen er verwaarloosd bij. Veel grachtenpanden zijn onbewoond in afwachting van sloop of verbouwing tot modern kantoorpand of parkeergarage.

De vervallen woonbuurten aan de rand van de oude binnenstad staan al sinds de jaren dertig op de lijst voor een grondige sanering. Ook de oorlog heeft sporen achtergelaten in de stad. In de loop van de jaren zestig gaan alle huizen op Kattenburg tegen de vlakte, voor de doorbraak in de Haarlemmer Houttuinen sneuvelen honderden woningen, en de Jordaan dreigt te veranderen in een ruim opgezette woonwijk met een bijpassend zakenkwartier. Op Bickerseiland verschijnt de eerste kantoorkolos, terwijl men in de Nieuwmarktbuurt alvast begint met de sloop ten behoeve van een vierbaansweg naar het station. En als er niet snel wordt ingegrepen zal de negentiende-eeuwse stadsgordel – van Spaarndammerbuurt tot Dapperbuurt – vanzelf in elkaar storten van ellende.

Grootscheepse wederopbouw en stadsvernieuwing staan op het programma, maar behalve in de Wibautstraat en de Weesperstraat – Amsterdams eigen Stalinallee – is daar eind jaren zestig nog weinig van terechtgekomen. Eerst moeten nieuwe woningen gebouwd worden in de uitbreidingsgebieden: Noord (Buikslotermeer, Molenwijk), West (Geuzenveld, Osdorp) en niet te vergeten de Bijlmermeer. Hier ligt de toekomst voor de meeste Amsterdammers die hun oude woningen moeten verlaten, het centrum achterlatend als prooi voor de nietsontziende cityvorming.

Ban de bankier, omslagontwerp onbekend, 1966, Collectie Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG)
Ban de bankier, omslagontwerp onbekend, 1966, Collectie Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG)

Ban de Bank 

Eind 1966 breekt het eerste grote conflict uit over de toekomst van de binnenstad. Er wordt een plan goedgekeurd voor een enorm bankgebouw in de Vijzelstraat: het hoofdkantoor van de Algemene Bank Nederland. Het plan is in de ogen van velen volstrekt misplaatst, niet alleen omdat het ontwerp van architect Duintjer qua schaal helemaal niet past in de binnenstad, maar ook omdat het de zoveelste manifestatie van de voortschrijdende cityvorming is. Onder aanvoering van organisaties voor monumentenbescherming laten de tegenstanders van de plannen voor het eerst hun tanden zien. 'Ban de Bank' is de strijdleuze om de bouw te voorkomen. Tevergeefs: de gemeenteraad drukt Amsterdam het bankgebouw door de strot.

Aanvankelijk wordt er door de tegenstanders alleen geblaft, van bijten is nog geen sprake. Eind jaren zestig komt daar verandering in. Een jonge generatie actievoerders sluit zich aan bij het verzet en toont haar betrokkenheid bij het wel en wee van de stad. Onder het motto 'Houdt uw stad leefbaar' organiseren Provo en de Socialistische Jeugd een demonstratie en een teach-in tegen de bankplannen. Daar hebben ze alle belang bij: het zijn de jongeren van de naoorlogse geboortegolf die het meest lijden onder de woningnood.

De provo's hebben een paar maanden eerder het Wittehuizenplan gepresenteerd, maar dat was vooral een aankondiging om de vele leegstaande panden in de stad te gaan bezetten. Tot concrete stappen komt het vooralsnog niet. De jonge actievoerders liften voorlopig mee met de initiatieven die ontplooid worden door de dames en heren van verenigingen als de 'Bond Heemschut', 'Hendrick de Keijser' en het notabelengenootschap 'De Amsterdamse Kring'. Respectabele organisaties die zich vanwege de 'gestage afbraak van uniek stadsschoon' en de 'aanslagen op ons belangrijkste cultuurbezit' eind jaren zestig steeds luidruchtiger manifesteren om de historische binnenstad van de ondergang te redden. Het is een opvallende samenwerking: jonge actievoerders vechten zij aan zij met vertegenwoordigers van de traditionele verenigingen van dezelfde Amsterdamse regenten tegen wie de nieuwe generatie op andere vlakken zo tekeer gaat.

Amsterdaad

Het zijn dus niet studenten en de provo's die het voortouw nemen in de strijd voor het behoud en herstel van de stad. De voorman van de monumentenbeschermers in Amsterdam, KVP-gemeenteraadslid en stadsvechter van het eerste uur Geurt Brinkgreve, verlaat na het echec van het bankgebouw in de Vijzelstraat uit protest de gemeenteraad. In het najaar van 1967 is hij medeorganisator van een grote handtekeningenactie om de onnodige sloop van de oude binnenstad een halt toe te roepen. Onder de naam Amsterdaad 1975 worden binnen een paar weken meer dan honderdduizend handtekeningen opgehaald. Ze zorgen er begin 1968 voor dat de eerste concessie van het stadsbestuur wordt afgedwongen: de verdere afbraak van de Nieuwmarktbuurt wordt opgeschort om de kaalslagplannen aan nader onderzoek te onderwerpen.

Witte Huizenplan, pamflet, 1966, Provo, Collectie Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG)
Witte Huizenplan, pamflet, 1966, Provo, Collectie Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG)
Na ‘Sit In’ en ‘Love In’ nu een enorme ‘Live In’ in Amsterdam, Amsterdaad ‘75, 1967-75, Collectie Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG)
Na ‘Sit In’ en ‘Love In’ nu een enorme ‘Live In’ in Amsterdam, Amsterdaad ‘75, 1967-75, Collectie Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG)

Het besluit schept ruimte om voor de vervallen en reeds ontruimde woningen in de buurt een nieuwe (tijdelijke) bestemming te zoeken. De gemeente stelt een aantal panden ter beschikking aan een stichting van architecten, provo's en kunstenaars. In 'De Straat' zou 'geleerd, gewerkt en gespeeld' kunnen worden in 'vrij toegankelijke ruimten, waar je vrij kon lassen en met machines werken, die je normaal niet in huis hebt'. In de panden van 'De Straat' kan de organisatorische basis van het latere buurtverzet opbloeien, dat zich tot 1975 met hand en tand tegen de komst van de metro zou verzetten. Ook Huis de Pinto uit 1605 aan de Sint Antoniebreestraat is zo gespaard gebleven, wat voorkwam dat er een brede verkeersweg door de buurt werd aangelegd.

Op Kattenburg namen medio jaren zestig kunstenaars, bohemiens en ander jong volk (onder wie Jeroen Henneman en Johnny van Doorn) al eerder bezit van afbraakhuizen, meestal zonder toestemming van huiseigenaren en gemeente. Dit 'Mokums Montmartre' heeft een kortstondig bestaan: de slopershamer verandert een van de oudste woonbuurten van de stad in een troosteloze zandvlakte.

Woningburo de Kraker – doet het steeds vaker

Eind 1968 krijgt een groep jonge actievoerders via Geurt Brinkgreve, die met zijn Stichting Diogenes monumentale panden restaureert en verhuurt aan kunstenaars, de beschikking over een kelder in de Koestraat. Ze beginnen er een drukkerijtje en houden zich onder andere bezig met het behoud van de Bethaniënbuurt. De actievoerders organiseren experimentele (bezettings)acties en publiceren Amsterdams eerste onafhankelijke buurtkrant, Geïllustreerd Bethaniënnieuws. Op de achtergrond proberen de gematigde monumentenorganisaties aan de onderhandelingstafel de afbraak van de oude binnenstad tegen te houden. Zolang de jongeren zich richten op de binnenstad, kunnen ze samenwerken met de monumentenbeschermers. Maar al snel blijkt dat die laatsten er een geheel eigen agenda op na houden. Hun prioriteit ligt bij het redden van oude panden zoals Huis De Pinto. Met de rest van de stad hebben ze minder affiniteit. Sterker nog, wat hun betreft hoeft de negentiende-eeuwse gordel 'niet primair als woongebied' behouden te blijven en mag de hele bouwvallige troep tegen de vlakte. De monumentenbeschermers zien de volksbuurten als 'potentieel citygebied' dat plaats biedt aan de kantoren en parkeergarages die anders de historische binnenstad zouden ontwrichten. Vooral de Pijp, de Dapperbuurt en de Kinkerbuurt lijken hen daar prima voor geschikt.

Handleiding Krakers. Omslagontwerp Tjebbe van Tijen. Collectie Rijksmuseum, Amsterdam. Schenking van de heer P. Boersma, 2018
Handleiding Krakers. Omslagontwerp Tjebbe van Tijen. Collectie Rijksmuseum, Amsterdam. Schenking van de heer P. Boersma, 2018

Naast de stadssanering is ook de toekomstige locatie van de Universiteit van Amsterdam een hot issue in de stad. De exploderende studentenaantallen vragen om een grote uitbreiding. De universiteit zelf geeft er de voorkeur aan op termijn te verhuizen naar Flevoland of naar een polder tussen Muiden en Weesp, maar het stadsbestuur wil de universiteit in de stad houden. Hiervoor worden behalve de Oudemanhuispoort en het Binnengasthuisterrein ook Uilenburg en Marken (Valkenburg) gereserveerd. Men overweegt tevens om de Dapperbuurt voor de UvA ter beschikking te stellen. De huizen in deze buurt, waar ook nog een nieuwe metrolijn staat gepland, raken door dit vooruitzicht sterk verwaarloosd. Hoewel er van concrete bouwplannen nog geen sprake is, acht men eind jaren zestig de tijd rijp om de eerste huizenblokken af te breken.

De actievoerders uit de Koestraat hebben hier andere ideeën over. In hun kelder worden plannen beraamd en er ontstaat een nieuwe actievorm. Voormalig provo Rob Stolk heeft net een nog openstaande gevangenisstraf moeten uitzitten wegens een vermeend opruiende 'Subversieve Brief' tegen het gemeentelijke sloopbeleid. In de cel komt hij op het idee om de term 'kraken' – normaal gesproken van toepassing op de activiteiten van dieven en bankrovers –  te gaan gebruiken voor het bezetten van leegstaande huizen. 'Woningburo de Kraker (doet het steeds vaker)' wordt opgezet om actie te voeren: tegen de woningnood in het algemeen en tegen de afbraak van de Dapperbuurt in het bijzonder.

Woningburo de Kraker kraakt een aantal dichtgespijkerde panden: in februari 1969 in de Von Zesenstraat, maar daar worden ze snel uitgegooid door de politie. Een paar weken later hebben ze meer succes in de Wijttenbachstraat. De media pikken het nieuwe fenomeen breed op. De term 'huispiraat' circuleert nog een tijdje, maar al snel raakt 'kraker' ingeburgerd. Het drukkerijtje in de Koestraat brengt een 'Handleiding voor krakers' uit om de vele vragen van geïnteresseerden te beantwoorden. Het is het uithangbord van de beginnende krakersorganisatie. (De laatste update van de 'Handleiding voor krakers' verscheen in januari 2016.)

Kraak de leegstand

Al snel ontstaan er meer kraakgroepen, zoals Buro De Koevoet en de Commune Nieuw Nederland. Deze laatste groepering kraakt in de zomer van 1969 als eerste buiten de saneringsgebieden, in de Damstraat en op het Museumplein. De politie maakt echter korte metten met elke bezetting. Het weerhoudt jongeren er niet van om op steeds grotere schaal panden op te eisen die leeg staan door sanering en cityvorming. Ze willen ruimte om buiten de gebaande paden te kunnen treden, om samen te wonen in groepen of het wonen te combineren met een werkplek. De strijd tegen cityvorming laat zich door het kraken prima combineren met het welbegrepen eigenbelang van de nieuwe generatie: een dak boven hun hoofd.

Aktie '70 is het departement van Volkshuisvesting van de Oranje Vrijstaat, de door de Kabouterbeweging opgerichte schaduwrepubliek. Samen met de Socialistische Jeugd organiseren ze op 5 mei 1970 de eerste Nationale Kraakdag. In Amsterdam worden diverse panden gekraakt, die dezelfde dag allemaal zonder pardon weer door de politie ontruimd worden. Na heel wat juridisch getouwtrek oordeelt de Hoge Raad begin 1971 dat er geen rechtsgrond bestaat om gesettelde krakers – met minimaal een tafel, een stoel en een bed –  zomaar uit hun nieuwe onderkomen te verwijderen. 

Kraakactie Nationale Kraakdag, 1970, Spaarnestad/ANP Foto: kraakactie Aktie '70
Kraakactie Nationale Kraakdag, 1970, Spaarnestad/ANP Foto: kraakactie Aktie '70

Het vonnis zorgt ervoor dat het kraken wortel kan schieten en zich als een als een olievlek verspreidt. Het actiemiddel vormt een geducht wapen in de strijd tegen de cityvorming die tot diep in de jaren tachtig de sfeer in de stad zal bepalen. En met effect: uiteindelijk is de woonfunctie van de binnenstad hersteld en veel leegstaande gebouwen kregen een op de nieuwe tijd geënte (culturele) bestemming. Een groot deel van de jonge Amsterdammers kon bovendien in de buurt van het centrum blijven wonen omdat de negentiende-eeuwse gordel in zijn geheel als woongebied behouden is gebleven. 

OVER DE AUTEUR

Eric Duivenvoorden (Den Haag, 1962) is een Nederlands socioloog, filosoof en publicist. Hij schreef onder andere boeken over de geschiedenis van de kraakbeweging en Robert Jasper Grootveld. In 2015 verscheen Rebelse jeugd. Hoe nozems en provo's Nederland veranderden bij uitgeverij Nieuw Amsterdam.