Onderdeel van de
tentoonstelling

In the Presence of Absence Voorstellen voor de museumcollectie

5 sep 2020 t/m 31 jan 2021

Kunstenaarspagina — 2 sep 2020

Aan de tentoonstelling In the Presence of Absence, voorstellen voor de tweejaarlijkse gemeentelijke kunstaankopen, nemen 23 kunstenaars(collectieven) deel. Deze kunstenaarspagina bevat een tekst over het werk en een kunstenaarsbijdrage.

De installatie ⴼⴽⴰⵢⴰⵙ  ⵉ  ⵎⴰⵓⵔⵉⵙ   ⵉⵇⵇⴰⵢⵏ  ⴷⵜⵎⵎⵓⵔⵖⵉ   ⴷⵡⴰⵎⴰⵏ (we gaven Mauritius dadels, sprinkhanen en water, 2020) speculeert over de reis van Sint-Mauritius van Meroë naar de Zwitserse Alpen, en stelt voor dat hij door het land van de Imazighen trok op weg naar waar hij uiteindelijk overleed. Mauritius was de aanvoerder van het legendarische Romeinse Thebaanse Legioen en deel van een groep gelovigen die in de 3de eeuw kozen voor het martelaarschap om een christelijk dorp in de Zwitserse Alpen te redden. In de 9e eeuw is hij voor deze heldendaad een heilige gemaakt door de katholieke kerk. Hoewel er in vele – voornamelijk Europese – bronnen naar hem wordt verwezen, zijn details over zijn leven en reis nog altijd onduidelijk. 

Rond 1399 werd St. Mauritius aangewezen als de beschermheilige van ongehuwde mannelijke handelslieden die zich toen verenigde in het Broederschap van Zwarthoofden. Zij opereerde onder andere in Riga voor, tijdens en nadat de stad onder het beheer viel van het Hertogdom Koerland en Semigallen (1562-1795). Hoewel het Hertogdom Koerland handel dreef met de Republiek der Verenigde Nederlanden in de 17e eeuw en in Amsterdam en omstreken onder andere slavenschepen liet bouwen, kwamen zij in botsing door beider pogingen Tobago in het Caribisch Gebied te koloniseren.

Illustratie door Haitham Haddad naar Quinsy Gario in samenwerking met Mina Ouaouirst, ‘ⵉⴼⴽⴰⵢⴰⵙ  ⵉ  ⵎⴰⵓⵔⵉⵙ   ⵉⵇⵇⴰⵢⵏ   ⴷⵜⵎⵎⵓⵔⵖⵉ   ⴷⵡⴰⵎⴰⵏ’ (we gaven Mauritius dadels, sprinkhanen en water), 2020.
Illustratie door Haitham Haddad naar Quinsy Gario in samenwerking met Mina Ouaouirst, ‘ⵉⴼⴽⴰⵢⴰⵙ ⵉ ⵎⴰⵓⵔⵉⵙ ⵉⵇⵇⴰⵢⵏ ⴷⵜⵎⵎⵓⵔⵖⵉ ⴷⵡⴰⵎⴰⵏ’ (we gaven Mauritius dadels, sprinkhanen en water), 2020.

De onbekendheid van deze koloniale relaties en Sint-Mauritius’ leven geven ruimte om sommige schadelijke gevolgen van kolonialisme te herstellen. Het werk moedigt het publiek aan om transculturele herinnering als middel te ervaren om gaten in geschiedschrijving te herstellen.

Dit gelaagde verhaal wordt verteld in de vorm van video, diaprojecties en zang. De geïmproviseerde zang in het Tamazight speculeert over hoe Sint-Mauritius op zijn reis misschien de regio heeft bezocht en inwoners heeft ontmoet. Daarnaast wordt door een groep ambachtslieden uit Taznakht een kaart van Tobago geweven met daarop onder andere een speculatieve reisroute van Sint-Mauritius met zowel Tifinagh als Arabisch schrift. De handeling van het weven, waarbij herhaling en tijd een grote rol spelen, zinspeelt op de mogelijkheid om herinneringen levend te houden. Deze zal binnenkort te zien zijn. 

Liedtekst en zang: Zahra ait Lehs, vertaling: Fouzya Toukart, gedicht: Quinsy Gario wandkleden: Fadma ait Oukhechif, Mina ait sidi Hamou, Habiba el Khatiri en Naima Ouaga, foto's & video’s: Mina Ouaouirst en Quinsy Gario, video & audio montage: Mina Ouaouirst, collages: Quinsy Gario, beelden: het National Museum van Wereldculturen, Rijksmuseum, de British Library en de British National Archives.

Quinsy Garo is geïnteresseerd in de Nederlandse Caribische geschiedenis van het verzet tegen en de afwijzing van de (Nederlandse) koloniale overheersing in de overzeese gebiedsdelen en Europa. Mina Ouaouirst is een visuele verhalenverteller en onderzoeker. In haar films en fotografie richt ze zich op de Amazigh cultuur en nalatenschap en vrouwenemancipatie.

Quinsy Gario in samenwerking met Mina Ouaouirst, ‘ⵉⴼⴽⴰⵢⴰⵙ  ⵉ  ⵎⴰⵓⵔⵉⵙ   ⵉⵇⵇⴰⵢⵏ   ⴷⵜⵎⵎⵓⵔⵖⵉ   ⴷⵡⴰⵎⴰⵏ’ (we gaven Mauritius dadels, sprinkhanen en water), 2020. Met dank aan de kunstenaars.
Quinsy Gario in samenwerking met Mina Ouaouirst, ‘ⵉⴼⴽⴰⵢⴰⵙ ⵉ ⵎⴰⵓⵔⵉⵙ ⵉⵇⵇⴰⵢⵏ ⴷⵜⵎⵎⵓⵔⵖⵉ ⴷⵡⴰⵎⴰⵏ’ (we gaven Mauritius dadels, sprinkhanen en water), 2020. Met dank aan de kunstenaars.

Kunstenaarsbijdrage

  • Foto: Mina Ouaouirst
    Foto: Mina Ouaouirst
  • Foto: Mina Ouaouirst
    Foto: Mina Ouaouirst
  • Foto: Mina Ouaouirst
    Foto: Mina Ouaouirst

Dit samenwerkingsproject van Quinsy Gario en Mina Ouaouirst is een onderzoek naar pogingen om koloniale beschadiging te herstellen door transhistorische vertellingen. In het kunstwerk komt hun gedeelde interesse in niet-dominante en gemarginaliseerde vormen van archief praktijken naar voren. Het vertrekpunt van Ouaouirst is het behoud van cultureel erfgoed in Marokko, dat van Gario is het cultureel archief van de Caribische eilanden die zijn of werden bezet door Nederlanders. Hun interesses kwamen samen in het werk ⵉⴼⴽⴰⵢⴰⵙ  ⵉ  ⵎⴰⵓⵔⵉⵙ   ⵉⵇⵇⴰⵢⵏ   ⴷⵜⵎⵎⵓⵔⵖⵉ   ⴷⵡⴰⵎⴰⵏ (we gaven Mauritius dadels, sprinkhanen en water) en draait om het verhaal van Sint-Mauritius en hoe hij verbonden is aan de omarming van het koloniale verleden van het Hertogdom van Courland door de Letse samenleving.

Sint-Mauritius was verbonden aan de Koptisch-Orthodoxe Kerk van Alexandrië en werd in de 9de eeuw heilig verklaard, omdat hij in de 3de eeuw het martelaarschap had gekozen om een christelijk dorp in de Zwitserse Alpen te redden. Daarnaast is hij de schutspatroon van de Broederschap van de Zwarthoofden, een genootschap voor ongehuwde kooplieden met een afdeling in Riga in het huidige Letland, opgericht omstreeks 1399. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het platgebombardeerd en werd pas in 1999 herbouwd als museum, acht jaar na de beëindiging van de Russische bezetting van het land sinds de Tweede Wereldoorlog. Het hangt vol slavernij-iconografie die vloekt met de verering van een Afrikaanse heilige. Het genootschap opereerde in de tijd van het Hertogdom Koerland. Het Hertogdom was een vazalstaat van het Pools-Litouwse rijk en omvatte delen van het huidige Litouwen. In de 17de eeuw nam hertog Jacob Kettler actief deel aan de gewelddadige Europese koloniale expansie, toen hij probeerde wat nu bekend staat als Tobago en Gambia te koloniseren. Hij slaagde hier niet in, maar had toen al wel Nederlandse schepen gecharterd om koloniale waren en tot slaaf gemaakte Afrikanen te vervoeren in de trans-atlantische driehoekshandel.

Jan de Bray, ‘Gezicht op scheepswerf te Amsterdam’, 1666. Penseel in grijs, potlood, pen in bruin, inkt, 8.5 × 15.2 cm. Collectie Rijksmuseum. Schenking van mevrouw A.H. Beels van Heemstede-van Loon. Creative Commons 0: publiek domein.
Jan de Bray, ‘Gezicht op scheepswerf te Amsterdam’, 1666. Penseel in grijs, potlood, pen in bruin, inkt, 8.5 × 15.2 cm. Collectie Rijksmuseum. Schenking van mevrouw A.H. Beels van Heemstede-van Loon. Creative Commons 0: publiek domein.
Wallerant Vaillant, ‘Buste van een donkere man’, 1658–1677. Mezzotint, 14.4 × 14.0 cm. Collectie Rijksmuseum. Creative Commons 0: publiek domein.
Wallerant Vaillant, ‘Buste van een donkere man’, 1658–1677. Mezzotint, 14.4 × 14.0 cm. Collectie Rijksmuseum. Creative Commons 0: publiek domein.

In het verhaal over het leven van Sint Mauritius in de 3e eeuw zitten echter gaten, net zoals er haperingen optreden tijdens het herinneren van de relatie tussen Nederland en het Hertogdom Koerland. Het gaat dan om informatie dat verloren is gegaan in de loop van de tijd of door de bewuste vernietiging van archieven die voldoen aan het heersende idee van wat een archief kan zijn. Ouaouirst en Gario zetten met hun werk de Marokkaanse weeftraditie in als een middel om deze archiefvernietiging te herstellen. Handgeweven wandtapijten zijn namelijk archieven gevuld met historische verhalen, inzichten over esthetische ontwikkeling en de weefmethodes vertellen ons veel over de overdracht van technische kennis. Zoals Marie-Rose Rabaté schrijft in Berber Costumes of Morocco: Traditional Patterns, lijkt de weefselstructuur van veel kleden van Marokkaanse weefgetouwen sterk op die van archeologische vondsten uit het oude Egypte. Het behoud van deze technische kennis, ondanks koloniale pogingen tot coöptatie, vertelt ons veel over verzet en herstel. 

Ouaouirst en Gario stellen dat de weefmethoden in het zuiden van Marokko ons de mogelijkheid bieden om herstellend transhistorische verhalen te herinneren. Hun samenwerkingspartners zijn de wevers Fadma ait Oukhechif, Mina ait sidi Hamou, Habiba el Khatiri, en Naima Ouaga van de stichting Kasba Taznakthe, en improviserend zangeres Zahra Ait Lehs, de tante van Ouaouirst. Door het improviserend lied geïnspireerd door poëtische vertellingen, plaatselijke anekdotes, oude volksvertellingen en de lokale esthetiek en beeldtaal in de tapijt, proberen Ouaouirst, Gario en hun team een verhaal te verbeelden over hoe Mauritius misschien wel Marokkaanse dorpen heeft bezocht op weg naar de Zwitserse Alpen. In dit werk wordt het rurale tapijtweven gebruikt om een andere kant van Mauritius’ leven zichtbaar te maken. Een leven dat verbonden is aan de naweeën van het kolonialisme in het Caribisch gebied en Afrika, maar ontdaan van de dienstbaarheid waar de canonieke verhalen hem mee opzadelden.

In 2011 leerden Ouaouirst en Gario elkaar kennen via het Meervaart Studio junior-workshopdocent traject in Amsterdam Nieuw-West. In 2012 werkten ze samen met anderen aan het performance stuk Geit In Blik, op uitnodiging van de Stichting Literaire Activiteiten Amsterdam en Podium Mozaïek. Het in het Stedelijk Museum getoonde werk is onderdeel van een groter project rond het Koerlandse kolonialisme op Tobago waar Gario onderzoek naar doet. Andere delen zijn op uitnodiging van Ieva Astahovska en Margaret Tali onderdeel van de door het Latvian Center for Contemporary Art geproduceerde tentoonstelling Communicating Difficult Pasts in het Letse Nationale Kunstmuseum.

Fragment uit ‘ⵉⴼⴽⴰⵢⴰⵙ ⵉ ⵎⴰⵓⵔⵉⵙ ⵉⵇⵇⴰⵢⵏ ⴷⵜⵎⵎⵓⵔⵖⵉ ⴷⵡⴰⵎⴰⵏ’ (we gaven Mauritius dadels, sprinkhanen en water).